voedselstrategie

voedselstrategie

digaram

VOEDSEL VOOR DE STAD
Een transitie met nieuwe ruimtelijke uitdagingen, inspirerende typologieën en een ruimere horizon: de stadsregio.

De manier waarop we voedsel produceren, distribueren en verhandelen is sinds¬ de industriële revolutie fundamenteel veranderd. Als een industriële activiteit, georganiseerd op grote schaal, is de productie van voedsel losgekoppeld van de plaats waar het wordt geconsumeerd, de stad. Zoals Carolyn Steel in kaart heeft gebracht hebben sociale, ruimtelijke en economische transformaties dit proces tot op vandaag versterkt. De afstand tussen voedselproductie en consumptie is, zowel ruimtelijk als mentaal, nog amper te overzien. Waar komt ons eten eigenlijk vandaan?

We staan vandaag als maatschappij op een keerpunt. De duurzaamheidstransitie is ingezet en zoekt op alle fronten naar grondige systeeminnovaties. Deze groeiende aandacht voor duurzaamheid en een toenemende belangstelling voor de kwaliteit van ons eten hebben zich recent gevonden. Talrijke initiatieven zijn intussen operationeel en inspireren steeds meer mensen. Ze brengen de verdwenen relatie tussen voedsel en consument opnieuw onder de aandacht. Ze tonen een duurzaam alternatief voor de stad, maar reiken tegelijk nauwelijks verder dan het opzetten van vaak –tijdelijke- volkstuintjes op brownfields, het inrichten van een ‘stadsakker’ op het dak van een groot gebouw, het organiseren van boerenmarkten, voedselpakketten en zeer uiteenlopende kleinschalige sociale evenementen. Het zijn guerrilla-technieken die de traagheid van beleid en planning bewust achter zich laten. Het zijn spontane bottom-up georganiseerde initiatieven die de verandering zelf in handen nemen.

Vanuit ons eigen onderzoek voor de Via-Ruimte (In Via Veritas, The European Condition), ontwerpend onderzoek (atelier met architectuurstudenten St Lucas Gent) en verschillende gesprekken met betrokkenen uit het veld (vzw Voedselteams, StGent, Colruyt, Boerenbond, ...) zien we in deze dynamiek en zoektocht naar duurzame alternatieven een uniek momentum. Het is hoogtijd om voorbij de kleinschalige initiatieven te gaan en ‘voedsel voor de stad’ als een volwaardige en strategische ontwerpen onderzoeksopgave te zien. Op de schaal van de stad, de stadsregio, zelfs Vlaanderen... De ingezette transitie is onvermijdelijk, de kracht die ervan uitgaat is groot.

Met het BWMSTR-label willen we voedsel terug in verband brengen met de stadsregio. Op deze schaal kan ontwerpend onderzoek nieuwe logica’s blootleggen en vormgeven. We willen het beeld van de stadsregio fundamenteel hertekenen. Stadslandbouw gaat er niet alleen over het anders produceren van voedsel, maar ook over voedselsoevereiniteit, nieuwe vormen van stedelijke distributie, korte ketens, functionele verbreding, groene stadsinfrastructuur,...

Met het BWMSTR-label willen we de aandacht vestigen op de ruimtelijke component die aan ‘voedsel voor de stad’ verbonden is. Voedsel heeft de structuur van onze historische stadskernen uitgezet. Voedsel impliceert ontmoeting en realiseert een sociale infrastructuur, een nieuwe gemeenplaats, de 21ste eeuwse markthal. Voedsel is zo in staat op tal van stedelijke systemen, netwerken en typologieën en plekken te herdenken. Het is hoogtijd om vanuit onze discipline mee aan tafel te schuiven.

Met het BWMSTR-label willen we kortom een nieuwe ontwerp- en onderzoeksopgave initiëren en richting geven. In de duurzaamheidstransitie rond ‘voedsel voor de stad’ ontbreekt momenteel een ruimtelijk verhaal, en visionaire component met nieuwe denkbeelden, een integrerende component met onverwachte koppelingen en bovenal een verbeeldende component die de kracht en verandering uitademt en overbrengt.

 

 

verbinding keuken en omgeving
oude gebouwen zijn heel nuttig
tussen dorpen productie, schets
ruwe schets van gedachten
gesprekpartners

De MAAT-ontwerpers uit Gent organiseerden in 2013 een grondige actorenanalyse met 10 strategische gesprekspartners. Het ging over Voedsel voor de Stad. De geselecteerde gesprekspartners vertegenwoordigden diverse werkvelden om in de gesprekken verschillende invalshoeken en ambities met de theses te kunnen confronteren.